Met Batten in de bocht – Stuurtechnieken / Afschuinen


Met de veilige bochtenlijn uit “de ideale lijn” als basis is het tijd om eens verder naar stuurtechnieken te kijken. Op welke manieren kun je een bocht door en hoe doe je dat het best?


In grote lijnen zijn er 3 stuurtechnieken om een bocht te nemen:

  • Je blijft zelf rechtop zitten en drukt de motor onder je weg. Dat wordt afschuinen of doorkantelen genoemd.
  • Je leunt met je motor mee: je volgt de hoek van je motor met je lichaam.
  • Racers leunen verder de bocht in dan de motor en gaan daarbij vaak naast het zadel zitten. Alleen op die manier kun je ook een knee-down maken.
Met Batten in de bocht
Stuurtechnieken

Afschuinen

In deze aflevering houden we het bij die eerste techniek. Dat is in principe de beste manier om korte bochten te maken. Denk bijvoorbeeld aan straatje keren. Het feit dat je zelf rechtop blijft zitten betekent ook dat je je motor heel snel van links naar rechts kunt bewegen. Ideaal bij een slalom maar ook bij rotondes bijvoorbeeld. Ga je meeleunend of verzittend door de bocht, dan zijn die snelle links – rechtswissels natuurlijk een stuk lastiger. Met snelle wissels zijn ook snelle correcties makkelijker. En als bijkomend voordeel: je laat je motor het grootste deel van het werk doen!

Manier van kijken

Ook de halve draai en het achtje bij de rijlessen doe je door je motor af te schuinen. Een belangrijk element bij die oefeningen is dat je goed de bocht door- of inkijkt. In mijn lessen zie ik vaak dat mensen zichzelf daarbij een grens opleggen. Ze willen tot daar, en geen stap verder. Pas je dat ook toe op je kijktechniek, dan zul je ook nooit verder een bocht leren indraaien. Dat betekent dat je bochten ruimer worden dan je wilt. Durf je je richtpunt (daar is-ie weer!) en dus ook je grens iets verder te leggen, dan merk je dat je motor als vanzelf volgt: hij gaat een stuk schuiner, dus je bocht wordt al een stuk minder ruim. Om te onthouden: omvallen doet hij eigenlijk pas als de aandrijving stilvalt.

Sturen vanuit je heupen

Net zo belangrijk is dat je bij deze stuurtechniek je gewicht op je heupen laat rusten en dat je die heupen heel ontspannen houdt. Als je ze vastzet, kun je je motor namelijk niet afschuinen. Vaak hebben instructeurs het dan over sturen met je heupen. Dan stuur je niet écht met je heupen, maar het helpt wel om het zo te voelen. Kijk je echt ver de bocht in en doen je heupen losjes mee, dan gaat die motor alweer een stukje platter. Laat dat gewoon gebeuren. Klamp je niet vast aan je stuur. Doe je dat wel, dan werk je jezelf en je motor alleen maar tegen. Hou met je dijen contact met de tank en hou indien mogelijk met je hakken contact met je motor. Dat is goed voor die ontspannen zithouding en belangrijk als je nog een stapje verder wilt gaan.

Nog kortere bocht

De bocht kan namelijk nóg korter. Zit je rechtop op je afgeschuinde motor, strek dan je arm aan de binnenkant van de bocht: dan duw je je motor nog iets verder onder je weg. Dat effect kun je versterken door je buitenste knie wat steviger tegen je tank aan te drukken.

Wil je er nog een schepje bovenop, dan zet je met je binnenste voet wat meer druk op de voetsteun. Ja, er is discussie over het effect daarvan – maar bij bochten maken gaat het voor een deel ook om je gevoel met die motor. En als die druk op dat stepje voor jou helpt om je bochtstraal te verkleinen, dan helpt het. Zo simpel is het.

Gebruik van je achterrem.

Een laatste belangrijke truc is om krappe bochten met een slepende achterrem te nemen. Dan zorg je met je gas voor een constante aandrijving, wat extra stabiliteit geeft. Ook vermijd je zo het aan/uit-effect waar sommige motoren last van hebben, en wat je zeker in krappe bochtjes lelijk op kan breken. Theorie genoeg? Zoek een ruime parkeerplaats op en aan het werk!

Je vaardigheden trainen.

Wil je deze stuurtechnieken beter oefenen onder professionele begeleiding, boek dan een van onze leuke trainingen!

Terug naar de index

Copyright @ Moto Maestro Motortrainingen